Hoe kijken wij van de VVD tegen de OZB aan

Onroerende zaak belasting (OZB): accommodatiebeleid en OZB ondernemers

07-07-2017 - Roel Takes (raadslid, vicefractievoorzitter)

 Inleiding - De VVD is in beginsel tegen heffingen op bezit. Dit heeft er onder meer toe geleid dat sinds 2006 de gebruikersbelasting OZB niet meer wordt geheven bij de Nederlandse gemeentes. De heffing voor woningeigenaren en niet-woningeigenaren bestaat helaas nog. De VVD Schagen blijft zich ook hier tegen verzetten. Dit heeft er toe geleid dat de OZB in Schagen een lange periode niet werd verhoogt met de inflatie. Vanaf de begroting 2015 ging de meerderheid van de gemeenteraad akkoord met een structurele inflatiecorrectie. De VVD vindt dat vreemd. Wij stellen dat indien het niet anders kan de OZB mag worden verhoogd met een maximum van de afgesproken inflatiecorrectie. Voor de begroting 2016 werd er in Schagen naast een stijging i.v.m. indexering en een stijging voor het wegenbeheer, ook een 9% extra stijging van de heffing door de meerderheid van de gemeenteraad geaccordeerd. Ach denkt u misschien, maar een kleine verhoging. Als we over 3 jaar terug kijken, is de OZB met meer dan 20% verhoogd. Dit is buiten proportie. Het aanvechten van de verhoging ging niet zonder slag of stoot en heeft er toe geleid dat de VVD door het CDA en de PvdA uit de coalitie is gezet.

 Werking - In de gemeente Schagen gaat normaliter de heffing voor woningeigenaren naar de algemene middelen en is niet gelabeld voor specifieke uitgaven. Echter het heffingsdeel voor het wegenbeheer wordt afgedragen aan Hoogheemraadschap, die zelf voor dit deel niet heft. Daarnaast is de extra heffing van 9% gelabeld voor het (sport)accommodatiebeleid. Naast de heffing voor woningeigenaren bestaat er in Schagen een extra heffing voor niet-woningeigenaren. Hiermee worden vooral de ondernemers geraakt. De opbrengsten hiervan gaan bijna in z’n geheel naar de Ondernemers Federatie Schagen (OFS) en de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO).

 Een misverstand is dat als de gemeenteraad besluit de heffing met een percentage te verhogen, dat ook de heffing op uw jaarlijkse WOZ-beschikking met hetzelfde percentage omhoog gaat. Als de gemeenteraad het over een percentuele verhoging heeft, dan hebben ze het over een verhoging van de OZB-opbrengsten voor de gemeente. De som van de opbrengsten gedeeld door de WOZ-waarde onroerende zaakbestand in de gemeente leidt tot een promillage per onroerende zaak (ook tarief genoemd). Dit tarief dient u te vermenigvuldigen met de WOZ-waarde van uw eigen onroerende zaak. Het kan dus zo zijn dat de door u te betalen heffing met ander percentage dan het door de gemeenteraad vastgestelde percentage verandert.

 Extra heffing -Zoals gezegd kwam de extra stijging van 9% er niet zonder slag of stoot. Voor het CDA en de PvdA is het percentage van 9% heilig. Dit bevreemdt de VVD enigszins. Ten tijde van de begrotingsraad van november 2015 (agendapunt Begroting 2016) was al duidelijk dat deze 9% niet volledig benodigd was. Dit is meer dan bevestigd in de jaarrekening 2016 van de gemeente Schagen, waarbij een begrotingsoverschot van meer dan 5 miljoen euro wordt verantwoord. Om dit in perspectief van de OZB te brengen kan je die 5 miljoen euro vertalen naar een percentage OZB van wel 62,5% !!! De eerste tussentijdse rapportage van de gemeente laat over de eerste 4 maanden van 2017 ook nu al een overschot zien, van meer dan 500.000 ,- euro. Dit zal in de loop van 2017 nog verder oplopen. Vertaalt naar een OZB-percentage is dat 6,3% en oplopend. Je kan het overschot niet allemaal inzetten voor OZB verlaging, maar toch geeft dit aan dat de benodigde middelen voor het accommodatiebeleid uit de gewone middelen betaald kunnen worden en de extra heffing van 9% niet benodigd is.

 Schriftelijke vragen - De overschotten over 2016 en de eerste vier maanden van 2017 waren aanleiding om over de OZB schriftelijke vragen te stellen.

A.       Extra 9% heffing voor het accommodatiebeleid

De vragen over de extra 9% worden volgens ons niet juist door het college beantwoord. Het college is vooral bezig de discussie te frustreren door in de reacties vooral in te zetten op het accommodatiebeleid en niet te kijken of de financiering van dit beleid op de ingezette lijn wel nodig is. Hiermee streeft het college er naar de 9% extra heffing te behouden. Wat niet echt duidelijk boven water komt, is wat nu echt aan middelen benodigd is om het accommodatiebeleid te kunnen financieren en in het verlengde hiervan of de wijze van financiering kan worden aangepast. In het raadsbesluit van november 2015 is een evaluatietermijn van 5 jaar opgenomen. Deze evaluatie gaat volgens de VVD over het accommodatiebeleid en niet de wijze van financiering van dit beleid door de gemeente. Zelfs al zou deze termijn ook voor de financiering gelden, dan is er gezien de overschotten voldoende aanleiding om voor de financiering van de gestelde evaluatietermijn af te wijken. We staan niet alleen als het gaat om het naar beneden brengen van de 9% naar 0%, maar helaas is er geen meerderheid in de gemeenteraad te vinden om deze extra heffing aan te pakken. En zo hebben we in Schagen een eigen “kwartje van Kok” die niet terug wordt gegeven.

B.       Heffing niet-woningeigenaren

Naast schriftelijke vragen over de extra heffing van 9%, hebben we ook vragen gesteld over de heffing niet-woningeigenaren. Deze vragen waren vooral bedoeld om inzicht te krijgen in de opbrengsten en wat er naar de OFS en LTO gaat. Deze beide organisaties doen wat voor Schagen en haar ondernemers. De OZB-middelen die deze beide organisaties ontvangen, dienen wel te worden verantwoord. Hier was onduidelijkheid over en dit was aanleiding om de vragen te stellen. De vragen hebben niet de doelstelling gehad deze heffing ter discussie te stellen. Eind 2017 verlopen de overeenkomsten van de gemeente met de OFS en de LTO, van rechtswege. In de loop van 2017 komt er een evaluatie. Daarna moeten we met z’n allen bekijken of we dit nog willen op de manier dat we het nu doen of zelfs helemaal niet. Hierbij zullen ook vragen meespelen of de gemeente nog wel moet optreden als “incassobureau” en of de OFS en LTO niet zelf rechtstreeks bij hun leden de benodigde middelen kunnen verkrijgen bijvoorbeeld door middel van (verhogen) lidmaatschapsgelden. Argumenten als “freeriders” hebben we gehoord om toch vooral deze heffing te handhaven. Maar ook argumenten tegen zoals het gelijkheidsbeginsel t.o.v. de thuis gevestigde ondernemers die nu niet worden geraakt door deze heffing. Ander gehoorde argumenten zijn de zelfbeschikkingsrecht van de ondernemer en het ondernemingsrisico; “de ondernemer kan toch zelf wel bepalen of hij als lid mee wil betalen aan bepaalde producten van de OFS?”. Genoeg stof om over na te denken.

 Toekomstige bedreigingen - Met het decentraliseren van Rijksoverheid naar de gemeentes, dienen de gemeentes ook genoeg mogelijkheden te hebben om de financiering van de extra taken te kunnen regelen. Hier wordt nog in het “Haagse” over gepraat. Het gevaar is dat de gemeentes dit via de OZB (mogen) gaan doen. Dit zal naar verwachting leiden tot een additionele verhoging van de OZB-heffing. Zeker gelet op de opstelling van de meerderheid van de huidige gemeenteraad.

Naast dit toekomstig “gevaar”, is er nog een onderwerp waar we scherp op moeten zijn. De gemeente heft precariorechten op leidingen. Dit verwerkt bijvoorbeeld netbeheerder Liander in haar tarieven. De Rijksoverheid heeft besloten dat dit niet meer mag en had een afbouwtermijn van 10 jaar gesteld Deze termijn is dit jaar bijgesteld naar slechts 5 jaar. De gemeente heeft niet veel mogelijkheden om de derving van precario-inkomsten te compenseren. Ook voor dit onderwerp is het de verwachting dat er gekeken wordt naar de OZB.

Conclusie – We moeten alert blijven en ons blijven inzetten om de OZB-heffing te beperken, zodat die niet een te zware last wordt voor u als inwoner of ondernemer in de gemeente Schagen.

Heeft u vragen of wilt u uw mening kwijt over dit onderwerp, kunt u dat via de fractiesecretaris Ingo Kroon (il.kroon@quicknet.nl )bij de fractie kenbaar maken.